Een enkeltje Paradise Beach, graag!

‘Serieus, als de hel bestond, zag hij er zo uit.’
‘Wie zegt jou dat we niet gestorven zijn en daadwerkelijk in de hel zijn beland? Ik kan me spontaan niets meer herinneren van de reis hierheen. Misschien is ons vliegtuig wel neergestort en is dit het resultaat.’ Nikki staat naast me en kijkt met grote ogen om zich heen.
‘Dat is tenminste nog een hoopvolle gedachte,’ mompel ik en ik kijk geschokt naar de chaos voor me. Het zwembad is tot de rand toe gevuld met gillende, krijsende en jengelende kinderen die het water tot meters voorbij de rand laten opspatten. Roodverbrande ouders schreeuwen onverstaanbare commando’s in de richting van hysterisch rondrennende kinderen terwijl meerdere speakers verspreidover de zonneweide proberen elkaar te overstemmen met de meest wanstaltige muziek. Werkelijk elke vierkante centimeter is bezet door handdoeken, strandtassen, speelgoed en mensen. Zo. Veel. Mensen.
‘Er moet een foutje zijn gemaakt. Dit lijkt absoluut niet op de brochure.’ Nikki springt razendsnel vol afschuw naar achteren wanneer een klein meisje met een druipend ijsje rakelings langs haar nieuwe strandjurk rent. Ik knik en draai me op mijn hielen om. No way dat dit mijn zuurverdiende vakantie is.
Ik heb het warm, ik ben doodmoe en heb vooral geen zin in deze onzin. We lopen linea-recta terug naar de receptie van het resort terwijl ik in mijn grote rieten strandtas verwoed zoek naar de reispapieren. Onze koffers staan nog bij de receptie, in afwachting van onze kamer die nog schoongemaakt moet worden, ook zoiets. Ik leg de brochure op de balie. Ik wijs nadrukkelijk met mijn vinger op de afbeelding van het Caribisch ogende witte zandstrand met de azuurblauwe zee en wapperende rieten parasols.
‘We’ve booked here, this.’ De receptioniste glimlacht vriendelijk naar me. Of mijn geïrriteerde toon ontgaat haar volledig of ze is eraan gewend. Ik vrees dat het dat laatste is. Ze geeft geen krimp als ze de brochure naar zich toetrekt en begripvol knikt.
‘Yes, is under construction.’
‘What?’ Met grote ogen kijken we haar aan.Ze glimlacht opnieuw.
‘Is under construction. But you can stay here.’ Ze maakt een uitnodigend gebaar met haar gemanicuurde hand en glimlacht.
‘But we don’t want to stay here.’ Ik maak een wild gebaar naar onze belichaming van de hel zo’n honderd meterverderop.
‘I’m sorry. There is no other room.’
Verbijsterd kijk ik haar aan. Dit is niet waar. Ik ben nog geen half uur op mijn vakantieadres en bevind me nu al in een red-mijn-vakantie-waardig tafereel. Rob Geus, kom er maar in! Ik kijk naar Nikki, maar die heeft haar blik strak gericht op haar telefoon. Ze tikt verwoed met haar vingers op het scherm. Lekker dan, een beetje hulp zou welkom zijn.
‘Can I speak to the manager?’
Weer die glimlach. ‘Of course, just a minute.’
Ik kijk toe hoe de vrouw de telefoon pakt en iemand belt. Ik versta er geen zak van en draai me geïrriteerd om naar Nikki.
‘Help eens even.’
‘Ben ik mee bezig. Ik ben iets anders aan het zoeken.’
‘Alles zit natuurlijk vol,’ klaag ik. ‘En wij zijn gedoemd om in dit vreselijke oord te blijven.’
‘Miss?’ Een donkere man verschijnt even later naast me en kijkt me met eenzelfde glimlach aan. ‘Is there a problem?’
Ik wapper met de brochure voor de neus van de man. ‘This is the problem.’
Ik wijs op de afbeelding waar ik weken verlangend naar gestaard heb, de folder die wekenlang prominent op het prikbord boven mijn bureau heeft gehangen, en wapper dan met mijn hand naar de zonneweide met het zwembad. ‘This is not the same.’
Hij bekijkt de folder even geïnteresseerd terwijl ik hem achterdochtig in me opneem. Waarom kijkt die man alsof dit de eerste keer is dat hij het ziet?
‘Yes,’ zegt hij dan. ‘I apologize, this is under construction. We only have rooms here.’
‘But we’ve booked this.’ Ik druk de folder nogmaals onder zijn neus. Ik laat meniet afschepen met een horrorvakantie. Ik heb dit verdiend, ik heb hier het hele jaar voor gewerkt en mijn zuurverdiende centen al betaald. Ik wil dit paradijs van de foto. En wel nu meteen.
‘Is under construction.’ De ogen van de man fladderden even naar de receptioniste. Ik volg zijn blik. Zij glimlacht. Ik val even stil. Wat nu? Want ik ga hier absoluut niet blijven, dat is zeker. Ik kijk nog een keer om naar Nikki. ‘Nikki, beetje hulp graag, wat moeten we doen?’
‘Geld terugeisen en onze koffers pakken. En laat ze een taxi bellen, want ik heb iets anders gevonden.’
‘Wat, echt? Wat voor iets? En het is nog beschikbaar?’
‘Het is een soort B&B vlakbij het strand. Het lijkt erop dat er nog een kamer vrij is, misschien door een annulering of zo? Ik ga ze NU bellen. Regel jij ons geld en de koffers?’ Nikki houdt haar telefoon aan haar oor en loopt wat verder weg. Vreemd genoeg kost het me niet bijster veel moeite om ons geld terug te krijgen en even later zitten we oververhit en gedesillusioneerd te wachten op een taxi die ons wegvoert van onze persoonlijke hel en hopelijk met piepende banden naar ons zojuist gevonden, vers geboekte beloofde paradijs brengt. Ik ben doodmoe van de reis en bloedchagrijnig, mopperend zak ik nog wat verder onderuit op de plastic bank van de hal.

Als de taxi langzaam tot stilstand komt, stoot Nikki me wakker. ‘Slaapkop, we zijn er!’ Verheugd kijk ik uit het raam en vervolgens kijk ik Nikki aarzelend aan. ‘En dit zag er op de foto’s beter uit?’
Nikki wurmt zich voor me langsom uit het raampje te kijken en trekt beteuterd één wenkbrauw op. ‘Op de foto’s zag het er héél anders uit.’ We staan voor een vervallen huis, wat grotendeels verscholen ligt achter een overwoekerde tuin vol grote palmbladen, bomen en cactussen. Ik gooi het portier open en warme lucht verwelkomt me als ik uitstap om nog eens kritisch om me heen te kijken.
‘Is het wel hier?’ vraag ik als Nikki naast me komt staan en een peinzende blik op het huis werpt.
‘Ja, kijk maar.’ Ze wijst op een bordje wat aan een houten paal is bevestigd. Paradise Beach.
Ik frons. ‘Was dat niet een tv-serie vroeger?’
‘Inderdaad, en het lijkt er op dat alles nog uit de jaren negentig komt.’ Nikki leunt door het portier van de taxi. ‘Can you wait please?’
Nadat de taxichauffeur vriendelijk heeft beaamd te wachten tot we zeker weten dat we goed zitten, lopen we over een smal paadje dat vanaf het bord langs het huis loopt. Ik duw wat palmbladeren aan de kant. Insecten zoemen rond ons hoofd en ik wapper ze geïrriteerd weg. ‘Als we nu weer zo’n rampzalige plek hebben, dan brengt ‘ie ons maar rechtstreeks naar het vliegveld hoor. Dan boeken we gewoon nog een ticket naar Ibiza of zo.’
Nikki reageert niet. Ze staat ongeveer vijf meter voor me stil en laat haar armen langs haar lichaam zakken.
‘Wat?’ Ik wurm me langs haar heen, om te zien wat er aan het einde van het pad is, waarbij een groot bananenblad langs mijn wang schraapt. ‘Au.’
Ik wrijf mopperend over mijn wang maar als ik mijn mond open om mijn beklag te doen, kijk ik op. Mijn mond valt open en even denk ik dat ik opnieuw ben gestorven maar dit keer in de hemel ben wakker geworden.
‘Wauw,’ verzucht Nikki naast me en ik klap mijn mond weer dicht terwijl ik ongelovig om me heen kijk. Achter het vervallen huis ligt een waar paradijs verscholen. Het hagelwitte zandstrand strekt zich uit met hier en daar wat kleurige ligstoelen onder de beloofde rieten parasols. Er hangen wat hangmatten tussen palmbomen op de scheiding tussen het strand en waar wij staan. Links van ons staat een rij kleine hutjes op palen, waar een pad langs loopt, waarlangs aan één kant weelderige roze en rode bloemen groeien. Rechts van ons is een groot rieten afdak met daaronder houten tafeltjes en stoelen en in de hoek staat een bar. De muziek van Bob Marley klinkt door speakers die hier en daar verspreid hangen. Nikki knijpt in mijn arm. ‘Droom ik dit?’
‘Au! Dan moet je in je eigen arm knijpen, muts. Maar wauw. Nee, ik denk dat we niet dromen.’ Een glimlach breekt door. ‘Dit is GE-WEL-DIG!’
‘Yes!’ juicht Nikki. ‘Ik ga de taxichauffeur zeggen dat hij weg mag en nóóit meer terug hoeft te komen.’ Ze draait zich om en rent het pad weer af, net op het moment dat er een man uit een klein gebouwtje komt.
‘Welcome! Nikki en Eva, right?’ De man komt met een brede lach op zijn gezicht op me afgelopen. Het lukt me echter niet om mijn aandacht bij zijn gezicht te houden, want de beste man draagt niet meer dan een vale zwembroek, die losjes op zijn heupen hangt: hij is gespierd, gebruind en gruwelijk sexy. Vanaf zijn sixpack verdwijnt een lijntje donkere haartjes onder de rand van zijn zwembroek. Ik neem hem langzaam in me op. Zijn benen zijn bruin en licht behaard en hij draagt geen schoenen of slippers. Zijn gebruinde voeten eindigen precies in mijn blikveld. Met een ruk kijk ik weer omhoog, recht in twee helderblauwe ogen, die me geamuseerd aankijken.
‘Hi there.’ Hij knikt naar me. Zijn ogen glijden over mijn gezicht en blijven op mijn wang hangen. Voor ik weet wat hij doet, voel ik zijn hand over mijn wang glijden, waarbij hij met zijn duim over de schram strijkt. ‘We’ll have to take care of that later. But first, welcome, you want a drink?’ Hij maakt een uitnodigend gebaar naar de bar.
Ik knik, nog altijd niet in staat om mijn eigen spontane zelf te zijn door de aanblik van al deze goddelijkheid mét Australisch accent. ‘Godsamme, je kan wel even helpen, Eva,’ klinkt het dan achter me.
Ik was Nikki helemaal vergeten. Ik was überhaupt de rest van de mensheid vergeten. Ik draai me snel om en zie hoe ze ploeterend met twee koffers over het pad komt aangewankeld. De gebruinde god rent direct op haar af. ‘Let me do that.’
‘Thank you, I’ve…’ Nikki stopt abrupt met praten als ze opkijkt en ziet wie haar te hulp is geschoten. Met grote ogen laat ze onze koffers spontaan los, waarna de man met gemak onze koffers oppakt en een stukje het pad oploopt naar het tweede huisje, waar hij ze voor de deur neerzet. Dan loopt hij met soepele tred weer terug naar ons.
‘Hi, I’m Duncan.’ Hij houdt zijn hand op naar Nikki die nog altijd met grote ogen naar mij kijkt. ‘Are you Nikki or Eva?’
‘Nikki,’ mompelt ze dan terwijl ze haar hand in de zijne legt. ‘That’s Eva,’ vervolgt ze met een knikje naar mij.
‘Great, come!’ Hij gaat ons voor naar de bar en terwijl we op de in vrolijke kleuren geverfde barkrukken plaatsnemen, fabriceert hij twee zonnige cocktails die hij kort daarna met een zwierig gebaar voor ons neerzet. Hij leunt met een brede glimlach over de bar en kijkt ons afwachtend aan.
‘Wauw,’ mompel ik nog maar een keer als ik het glas oppak en het papieren parasolletje aan de kant duw om een slok te nemen. Of mijn ‘wauw’ bedoeld is voor deze man, het drankje of de locatie laat ik even in het midden. Nikki neemt een gretige slok en ik zie voor het eerst sinds we uit dat vreselijke hotel zijn een glimlach over haar gezicht trekken.
‘Lekker! What is it?’
‘It’s a special limoncello cocktail. Secret recipe.’ Hij gooit er weer een knipoog achteraan en draait zich dan om. Terwijl Nikki en ik allebei onze blik via zijn gespierde rug laten zakken, pakt hij iets van de wand. ‘The key for the room. I’m afraid we’ll be having a little party over here tonight. I hope you don’t mind?’
‘Party?’ vraag ik geïnteresseerd.
‘You’re invited of course. Just a couple guys from the surf school. Nothing big: bonfire, some drinks, some music.’
Nikki en ik kijken elkaar verbijsterd aan. Is dit echt?
‘So you’re coming?’
‘Definitely’ antwoorden we in koor.
‘Good, if you girls need anything, I’ll be over there, with my mate Jason.’ Hij knikt naar het gebouw naast de bar, waar prompt een andere jongen verschijnt. Zijn blonde haar is warrig en nat, hij draagt een wetsuit wat rond zijn middel hangt. Hij zet net een surfplank tegen de wand van het gebouw. Hij zwaait even naar ons en ik hoor Nikki naast me naar adem happen. Duncan loopt naar hem toe en ze begroeten elkaar op zo’n typische mannelijke manier. Ik grijp de sleutel van onze hut. ‘Kom, dit moeten we zien!’

Ik loop het smalle houten trapje op en open de deur van onze hut. De deur zwaait open en verheugd kijk ik om me heen. De hut is simpel maar geweldig. Het is één grote ruimte met houten wanden, met een groot bed in het midden onder een hagelwitte klamboe, versiert met roze bloemen. Er ligt een kleed met vrolijke kleuren en twee kuipstoeltjes staan naast een simpel tafeltje, waar dezelfde bloemen in een schaal liggen. Een grote ventilator blaast een prettig briesje door de kamer. Achter de hut, onderaan een kort trappetje, ontdekken we een afgeschermde buitendouche met een toilet ernaast.
‘Dit is perfect!’ roep ik verheugd terwijl ik Nikki om haar nek vlieg. ‘Hoe heb je dit gevonden? Zag je die mannen? Je-zus!’ ga ik in één adem door.
Nikki grijnst en wiebelt suggestief met haar wenkbrauwen. ‘Nou, die zijn niet te negeren. Ik ben benieuwd naar dat feestje vanavond.’
Ze laat zich met gespreide armen op het bed vallen. ‘We hebben het paradijs gevonden. Een enkeltje Paradise Beach, graag.’
We pakken onze koffers uit en kleden ons snel om. Ik kies mijn roze bikini met franjes en Nikki trekt haar nieuwe badpak met tijgerprint aan, waarna ze een luchtig jurkje eroverheen aantrekt. Even later lopen we nieuwsgierig weer in de richting van de bar. Hier en daar liggen wat mensen op de ligbedden, veelal mannen zo te zien. Ik kijk rond en zie Duncan en Jason druk in gesprek met een andere man. Duncan knikt goedkeurend terwijl hij met een gebruinde hand over de surfplank van de andere man wrijft. Dan lacht hij en precies op dat moment kijkt hij mij recht aan. Hij houdt mijn blik even vast, knipoogt en richt zich dan snel weer op zijn gesprekspartner. Even denk ik dat ik het niet goed zag, maar het gejoel van Nikki naast me, spreekt boekdelen. ‘Jezus, je hebt nu al sjans! Wat geweldig hier.’ Met een zucht laat ze zich op een stoel zakken, duwt haar tenen in het zachte zand en trekt de menukaart naar zich toe. ‘Wil je ook nog wat eten?’
‘Ja, ik rammel!’ Het lukt me echter niet om mijn aandacht van Duncan af te trekken om de menukaart te bekijken. Mijn ogen glijden over zijn gespierde lichaam en ik voel mijn hart een sprongetje maken als hij zijn gesprek afrondt. ‘Doe maar wat jij neemt. O god!’
Ik veer op als Duncan onze kant op komt. Wat zou hij komen doen? Wat moet ik zeggen? Ik trek snel mijn gehaakte jurkje recht en duw mijn zonnebril recht op mijn neus. Met een oogverblindende glimlach blijft hij bij ons tafeltje stil staan. ‘Tell me, what do you want?’
Ik schrik van zijn rechtstreekse vraag. Mijn wangen kleuren rood en mijn hart begint in mijn keel te bonzen. Wat moet ik zeggen?
‘Two tosti’s, please,’ antwoordt Nikki dan in mijn plaats. O. Natuurlijk. Duncan draait zich naar Nikki toe en knikt. ‘Fair enough, no problem.’ Na een kort nerveus makend oogcontact loopt hij weg.
‘Eh…aarde tot Eva.’ Nikki geeft een duw tegen mijn arm. ‘Wat dacht je dat hij vroeg?’
Ik voel mijn wangen zo mogelijk nog roder worden. ‘Zal ik dat maar niet herhalen?’ grijns ik en duw mijn voeten verder het zand in. Wat een heerlijk gevoel is dat toch. Ik voel de zon op mijn gezicht branden en een glimlach verspreidt zich over mijn lippen.
‘Hihi, je hebt nu al een crush,’ giechelt Nikki maar dan blijft ze glimlachend naar Jason kijken. ‘Dan ga ik voor dat exemplaar. Zo sexy.’ Ik volg Nikki’s blik naar Jason, die nonchalant tegen de muur van het bijgebouw aan staat geleund, hij heeft een flauw lachje om zijn lippen. We blijven een tijdje in stilte zitten, wachtend op onze tosti’s en genietend van onze omgeving. Paradise Beach is alles waar we op hadden gehoopt en zo te zien nog meer! Het lijkt een verzamelplek voor surfende en gebruinde goden. Allemaal belachelijk knap. De zon schijnt helder aan de strakblauwe lucht en het water van de zee kabbelt in golven over de branding heen, terwijl Jack Johnson nu door de speakers schalt.
‘There you go.’ Duncan verschijnt weer naast ons en zet twee borden neer met tosti’s en chips als garnering. ‘Some more cocktails?’ Hij trekt vragend een wenkbrauw op en we knikken tegelijk. ‘Always!’

Die avond lijkt Paradise Beach zich helemaal uit te sloven om zijn naam eer aan te doen. Overal hangen lampjes, de muziek staat wat harder maar bovenal: iedereen is relaxed. Er worden cocktails gedronken, flesjes bier worden uitgedeeld en overal staan schalen met lekkere snacks. Het is nog altijd zinderend warm ondanks dat de zon de tocht naar beneden heeft ingezet. Het belooft een zwoele avond te worden. ‘Daar!’ Nikki pakt mijn arm vast en wijst naar het kampvuur dat op het strand brandt. Het kost me weinig moeite om Duncan en Jason te ontdekken tussen alle andere gebruinde en gespierde lijven. Als we ernaar toe lopen, zien we dat er overal kleedjes en vachtjes zijn neergelegd, hier en daar liggen grote kussens en aan de rechterkant staat een BBQ die een heerlijke geur verspreidt. Er staat een jongen met een afgeknipte spijkerbroek bij die met een brede grijns hamburgers staat om te draaien.
‘There you are.’ Duncan verschijnt uit het niks naast me, zijn lippen vlak bij mijn oor waardoor er een plotselinge siddering door mijn lichaam gaat, en legt zijn hand op mijn onderrug. De warmte van zijn aanraking straalt dwars door de dunne stof van mijn zomerjurkje heen en stijgt direct naar mijn hoofd.
‘Hi,’ mompel ik en glimlach.Hij maakt een uitnodigend gebaar en al snel hangen we tussen de kussens bij het kampvuur terwijl de zon een paars-oranje sluier over het strand en het water legt. Het is perfect.

Als ik op kijk, is het al zo goed als donker. De lampjes geven een vrolijk licht en hier en daar zijn fakkels aangestoken die het strand een warme gloed geven. Jason speelt liedjes van Jason Mraz op een gitaar met Nikki adorerend naast zich over de kussens gedrapeerd. Hij werpt regelmatig een zwoele blik haar kant op. Ik glimlach en terwijl we over van alles en nog wat kletsen, voel ik Duncans arm achter mijn rug glijden. We zijn steeds iets dichter bij elkaar gaan zitten. Hij is geweldig gezelschap want als surfer, die de hele wereld rondreist en hier en daar een baantje oppikt heeft hij genoeg verhalen en ervaring. Maar hij is ook erg geïnteresseerd naar mijn leven in Nederland. En hoewel ik hem met alle liefde vertel over mijn plotseling o zo doorsnee kantoorbaan, dwalen mijn ogen steeds af naar zijn lippen. De glimlach die nu verschijnt, verraadt dat hij mijn aandacht ziet afdwalen en als ik hem weer aankijk, zie ik een vurige blik in zijn ogen. Langzaam, heel langzaam buigt hij naar me toe. Ik sluit mijn ogen en …
Voel een enorme druppel op mijn neus landen. En nog een. En nog een. Totaal onverwacht begint het dan snoeihard te regenen. Een enorme donder buldert over het strand. Uitgelaten grijpt iedereen zijn spullen bij elkaar terwijl het kampvuur sissend wordt gedoofd door de enorme regendruppels die nu uit de hemel komen alsof er een sluis is opengezet. Ik voel Duncans hand om de mijne vouwen en samen zetten we het op een rennen. Langs de ligstoelen, voorbij groepjes schuilende mensen en tot slot langs de bar tot we onder het afdakje staan van het bijgebouw. We houden halt en ik wring lachend mijn kleren uit. De regen komt nog altijd met bakken naar beneden waardoor we onttrokken worden aan het zicht op alle andere mensen. Met een grote grijns kijkt hij me aan. Mijn haren druipen langs mijn gezicht naar beneden, mijn jurkje is doorweekt en ik zie zijn blik afglijden naar beneden. Direct voel ik me warm worden van binnen en zonder verder nog na te denken, ga ik op mijn tenen staan en druk ik mijn lippen op de zijne. Ik sluit mijn ogen en laat me meedrijven op een heerlijke, alles overtreffende zoen terwijl zijn sterke armen om me heen sluiten.

‘Eva. Eva. Wakker worden!’ Iemand trekt aan mijn arm en met tegenzin open ik mijn ogen. Ik glimlach bij mijn laatste gedachten aan de heerlijke zoen met Duncan. Het duurt even voor ik besef dat er iets mis is. Waar is Duncan? Ik kijk in het vermoeide gezicht van Nikki. Ik trek mezelf overeind en kijk verbaasd om me heen. De betegelde hal komt me akelig bekend voor. Waar is Paradise Beach gebleven?
‘Jezus, jij kan ook overal slapen hè. De taxi is er. We kunnen eindelijk weg uit dit vreselijk oord.’
Dan besef ik dat ik nog altijd in het hotel vol schreeuwerige en jengelende kinderen ben. Ik kreun: wat een nachtmerrie.
‘Wie dacht jij trouwens dat ik was, dat je zo glimlachend wakker werd?’ Nikki staat op en trekt haar koffer overeind.
‘Lang verhaal,’ mompel ik als de realiteit langzaam tot me doordringt. Ik pak mijn koffer en we lopen de hal uit, naar onze taxi.
‘Nou,’ verzucht Nikki. ‘Ik hoop dat die B&B aan onze verwachtingen voldoet. De recensies zijn echt geweldig.’
Ik knik. Ik kan me niet voorstellen dat het zo geweldig gaat zijn als waar ik zojuist vandaan kom. De taxichauffeur stopt onze koffers in de achterbak. Hij komt me bekend voor. Dan schuiven we op de achterbank.
‘Where to?’ vraagt de man en hij bekijkt ons met een vriendelijke glimlach via de achteruitkijkspiegel. Nikki leunt naar voren met haar telefoon paraat. ‘This hotel. It’s called Paradise Beach…’

EINDE