Ontmoet het impostermonster: prominent inwoner van mijn brein

“Meid, wat heb ik genoten van je boek! Zeker weten van het niveau van Charlotte de Monchy en Lisette Jonkman!”

Ik staar een tijdje naar de feedback van één van de proeflezers van mijn nieuwe manuscript. De letters dansen op het kleine beeldscherm van mijn telefoon en een opgewonden gevoel stijgt omhoog. Mijn eerste instinct zegt me te juichen. Want yes! Wat een compliment. Ik word vergeleken met mijn eigen favoriete schrijfsters, iets waar ik alleen van kan dromen. Dat is te mooi om waar te zijn. Wacht eens, dat kán niet waar zijn. En daar verschijnt hij al: het impostermonster.  Altijd present en stelt nooit teleur:  daar waar een compliment wordt gegeven, duurt het niet lang voordat er een stemmetje opduikt in mijn hoofd dat niet weet hoe snel het compliment weer met de grond gelijk gemaakt dient te worden: ‘Dat zegt ze alleen om aardig te doen’, ‘Ze durft niet te zeggen dat het eigenlijk bagger is’, ‘Ach, het is die gunfactor, gelukkig heb je een leuk karakter want je bakt er verder niets van.’

 

Het impostersyndrome. Ik heb er last van. En niet zo’n beetje ook. Het is als een hardnekkig lelijk monstertje wat altijd in mijn gedachten bivakkeert, wachtend tot er ergens een compliment wordt gegeven of er een zelfverzekerde gedachten voorbij wandelt. Dan springt hij er bovenop en laat er niets van over. Hij bijt zich erin vast, verscheurt het en rust niet voordat er slechts nog flarden over zijn van het compliment.  Telkens wanneer ik een prestatie lever, succes heb of een compliment krijg, staat het klaar om het met negatieve gedachten ten gronde te richten. Je zult wel geluk gehad hebben. Hoe lang zal het duren voordat je door de mand valt? Ze zijn alleen maar aardig. Ach, dat stelt niets voor . Alsof je elke dag zit te wachten op het moment dat er iemand opstaat en zegt: ‘Joh, ik zal maar eerlijk zijn, maar jij kunt eigenlijk helemaal niets. We doen alleen maar alsof om aardig te zijn.’ En dat je dan niet eens verbaasd bent, maar berustend je glitterpen, fotolijstje en plant in de kartonnen doos stopt – die al klaar stond – en vertrekt. Eindelijk. Ze hebben me door.

Het impostersyndrome is een bekend fenomeen onder succesvolle mensen (of is het mensen die denken succesvol te zijn?). Twee op de vijf mensen lijdt eraan en het komt voornamelijk voor bij vrouwen. Wanneer je last het van het impostersyndrome, voel je jezelf een bedrieger of onecht ondanks externe bewijzen van je succes.  “Begaafde vrouwen werken vaak hard om te voorkomen dat men ontdekt dat ze de mensen “bedriegen”. Dit harde werk leidt vaak tot meer lof en succes, wat de oplichtersgevoelens en de angst “door de mand te vallen” in stand houdt.” zegt Wikipedia. Best ingewikkeld dus als je nagaat hoe dat in je brein kan werken.

 

Ik heb doorgaans absoluut geen moeite met erkennen dat ik ergens niet goed in ben. Ik geef bijvoorbeeld met grif toe dat ik niet goed ben in sport; individueel of team (jaiks, je wilt mij echt niet in je team hebben, vraag maar aan mijn klasgenoten van de middelbare school). Ik ben ook niet goed in enge of spannende dingen, ik ben een echt watje en dat vind ik allemaal prima. Ik ben extreem slecht in gepaneerde schnitzels bakken, wiskundige vraagstukken en ruziemaken. Ik kan niet haken,  kan uren doen over een tent opzetten en een pot augurken openen blijft een uitdaging. Zie je, het is veel makkelijker om toe te geven waar je niet goed in bent, dan te vertellen dat je juist ergens goed in bent. En daar dan ook nog eens van te genieten. Maak me gek, dat is veel te ingewikkeld. Niet te doen.

Dus hier heb je het. Ik lijd aan het impostersyndrome. Blijf rechts rijden en probeer me niet in te halen. Nothing to see here, people.  Ik worstel mijn weg wel door het perfectionisme, de twijfels en blijf stug doorgaan in mijn pogingen te geloven dat ik wél iets kan en dat het écht gebeurt. En oh ja, probeer me vooral niet met complimenten te overtuigen want hé, ik geloof je waarschijnlijk toch niet.

En dan lezen ze deze blog en gaan ze extra complimenten maken want ze vinden me zielig.
Daar heb je hem! Het impostermonster was je alweer voor 😉

Afbeeldingsresultaat voor groen monstertje

Joyce Spijker van de writerscommunity schreef onlangs een blog met tips wat te doen bij een impostersyndroom. Een van de tips is het delen met collega’s die hetzelfde euvel in hun hersenpan meemaken. Ik ben benieuwd: bij wie van jullie woont er nog meer zo’n impostermonster in het hoofd?

One thought on “Ontmoet het impostermonster: prominent inwoner van mijn brein

  1. Niet weg te krijgen dat ding! Heb ‘m geprobeerd weg te lokken met chocolade, maar tevergeefs. Ik ben er ook nog zo een die dat monster dan vervolgens heel hard uit de weg gaat door het schrijven uit te stellen en uit te stellen en uit te stellen. Zei Wikipedia ook dat er nog hoop is?
    p.s. Chocolade heb ik overigens zelf opgegeten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.